Wie in december is geboren, bokst op tegen fysiek sterkere talenten, stelt Raymond Verheijen…

 Een geboortedatum – veel meer heeft Raymond Verheijen niet nodig om te weten of een voetbaltalent kans van slagen heeft in de jeugdopleiding van een profclub. ‘Een jongen uit januari heeft vier tot vijf maal zo veel kans als een jongen die in december is geboren.’

 

De voorspelling van de 38-jarige inspanningsfysioloog is geen slag in de lucht, het is wetenschap. Hij heeft bijna 10.000 spelers uit de jeugdopleidingen van profclubs zes jaar lang gevolgd. Eerder dit jaar is zijn onderzoek door de KNVB gepubliceerd.

 

‘Ik schrok me te pletter van het resultaat’, zegt Verheijen, die heeft samengewerkt met Guus Hiddink, Frank Rijkaard en Louis van Gaal. Hij is ook een van de initiatiefnemers van Nederlandse Voetbal Academie, die volgende week wordt geopend.

 

Elke maand worden even veel jongens geboren, maar niet elke maand levert even veel talentvolle voetballers op. Grofweg is de verdeling in de jeugdelftallen van de profclubs en de Nederlandse jeugdelftallen (12 tot 19 jaar) over vier kwartalen simpel: 40-30-20-10 procent. Er zijn vier maal zo veel spelers uit januari, februari en maart als uit oktober, november en december.

 

Dat was de eerste schok voor Verheijen. Er volgde nog een tweede. Hoe later in het jaar een jeugdspeler wordt geboren, hoe groter de kans dat hij groeistoornissen ontwikkelt als hij deel uitmaakt van een jeugdopleiding. Hij blijft kleiner door te hard trainen, soms wel zes centimeter. En hij raakt vaker geblesseerd dan zijn iets oudere medespelers, waardoor hij de opleiding vaak moet verlaten.

 

‘Als het om mijn zoon zou gaan, zou ik daar een onbehaaglijk gevoel bij krijgen’, zegt Verheijen. Hij verrichte zijn onderzoek met medewerking van de voetbalclubs uit de ere- en eerste divisie.

 

Het geboortemaandeffect en de groeistoornis hebben volgens de inspanningfysioloog, die zelf als jeugdvoetballer deel uitmaakte van het Nederlands elftal, een duidelijke oorzaak. Prestatiedruk.

 

Het fenomeen is zich pas gaan voordoen sinds de KNVB en clubs hebben besloten dat er in de jeugd gewonnen moest worden, in plaats van opgeleid. ‘Twintig jaar geleden zag je helemaal geen geboortemaandeffect’, aldus Verheijen. Tegenwoordig staat in het beleidsplan van de KNVB dat jeugdteams moeten presteren.

 

Prestatiedruk leidt tot een andere manier van scouten. Verheijen: ‘In de pubertijd maakt enkele maanden leeftijdsverschil veel uit. De peildatum voor de samenstelling van elftallen is elk jaar 1 januari. Door de prestatiedruk bij jeugdelftallen zijn jongens die vroeg in het jaar worden geboren in het voordeel.

 

‘Ze zijn ouder en dus gemiddeld groter en sterker dan hun jongere leeftijdsgenoten. Daardoor scoren ze meer, zijn ze sterker aan de bal en kunnen ze meer arbeid aan.’

 

De jongere, gemiddeld kleinere spelers moeten al hun energie aanspreken om mee te kunnen komen. Uit de onderzoeksgegevens van Verheijen blijkt dat zoveel energie te kosten dat hun groei vertraagt of zelfs tot stilstand komt. Pas in de zomervakantie, als er niet wordt gevoetbald, krijgen ze een groeispurt. Als de training na de zomer weer begint, zijn ze extreem blessuregevoelig.

 

‘De grote gasten jagen de kleine kereltjes over de kling. Het lichaam heeft een bepaalde hoeveelheid energie. Als je al je energie kwijt bent aan vier, vijf of zes keer per week trainen met spelers die een kop groter zijn, heb je geen energie over om te groeien.’

 

In Nederland is het geboortemaandeffect nog sterker dan in de buurlanden, omdat jeugdelftallen traditioneel bestaan uit twee jaargangen. In het buitenland is dat een jaar. Jongens uit december meten zich dan met ‘leeftijdsgenoten’ die bijna twee jaar ouder en groter kunnen zijn.

 

Verheijen had aanvankelijk moeite om zijn onderzoeksresultaten te geloven. Maar hij had geluk. Tijdens zijn studie, die met intervallen liep van 1997 tot 2007, veranderde de KNVB de peildatum voor de samenstelling van elftallen. In 1999 verschoof die van 1 augustus naar 1 januari om gelijk te lopen met de rest van de wereld. ‘Ik dacht eerst: daar gaat mijn onderzoek. Maar het was het beste wat me had kunnen overkomen.’

 

Verheijen had met behulp van de oude peildatum twee jaar lang geconstateerd dat spelers uit augustus, september en oktober de jeugdselecties domineerden. Door de verandering van de peildatum naar januari werden de jeugdselecties massaal omgegooid.

 

‘De jongens die vroeger de oudsten waren, werden geloosd. De jongens die vroeger kansloos waren, werden opgenomen in jeugdselecties. Als je in oktober was geboren behoorde je tot de oudsten, nu tot de jongsten. Zo’n jongen kan nog net zo goed voetballen als voorheen, maar valt toch af omdat hij in zijn ontwikkeling eerst voorop lag en nu achterop.’

 

Talent scouten op jonge leeftijd is uitermate lastig, wil Verheijen maar zeggen. In het buitenland bestaat het geboortemaandeffect ook bij populaire teamsporten, zoals ijshockey in Canada en honkbal in Amerika. Onbewust hebben Nederlandse clubs jarenlang vooral de grootste en sterkste spelers geselecteerd.

 

Daarmee hebben ze zichzelf en het voetbal tekortgedaan, meent Verheijen. In het topvoetbal is fysieke kracht niet doorslaggevend, maar techniek, handelingsnelheid en inzicht. ‘Je kunt je afvragen of de nadruk bij de jeugd op presteren moet liggen. Talentontwikkeling hoort voorop te staan.’

Bron: http://www.ad.nl/ad/nl/4562/Voetbal/article/detail/369931/2009/12/12/De-geboortemaand-bepaalt-het-talent.dhtml

Facebook
YouTube
Instagram