Vrijdag 14 maart stond er een interessant stuk van Asha ten Broeke in De Volkskrant. Ten Broeke bespreekt het voorstel van staatsecretaris Dekker om meer aandacht te hebben voor excellente leerlingen. De vraag is wie de excellente leerlingen zijn. Met alle aandacht voor Joey Goffen (ja die jongen uit Eindhoven met 0 fouten op de Cito toets) lijkt het erop dat excellentie gelijk staat aan de hoogste score op toetsen.

 

Ten Broeke stelt terecht de vraag of het juist is kinderen op basis van een momentopname het predicaat excellent te geven. Zij refereert onder andere aan een boek van Malcolm Gladwell, Uitblinkers. Gladwell legt in zijn boek Uitblinkers op een mooie manier uit wat de invloed is van de geboortemaand op het wel of niet zullen slagen in ijshockey. In de jaren tachtig van de vorige eeuw is het geboortemaandeffect al aangetoond en in meerdere studies in verschillende sporten en landen herhaald met bijna altijd hetzelfde resultaat: kinderen geboren in het eerste kwartaal na de ‘cut off’ datum hebben een significant grotere kans om deel uit te maken van talentselecties dan kinderen geboren later in het jaar. Ter verduidelijking: in het voetbal ligt de cut off datum op 1 januari. In voetbalselectieteams zie je al jaren een oververtegenwoordiging van kinderen geboren in de eerste 3 maanden van het jaar. Een mooi voorbeeld kan ik geven uit onderzoek dat twee studenten van mij hebben gedaan bij PSV Eindhoven. 14 van de 16 spelers in de C-jeugd waren geboren in de eerste drie maanden van het jaar. Toeval of? Nee dat is geen toeval en betekent dat in de sport selectie vooral plaatsvindt op basis van prestaties. En dan zijn kinderen die gunstig zijn geboren vaak in het voordeel.

 

Ten Broeke’s artikel gaat over onderwijs. Veel mensen zijn op de hoogte van het geboortemaandeffect in de sport, minder mensen weten dat dit ook in het onderwijs speelt. De oudste kinderen in de klas lopen soms bijna een jaar voor op klasgenoten die geboren zijn in het voorjaar en de zomermaanden. Zeker op jonge leeftijd kan dit leeftijdsverschil grote invloed hebben op het prestatievermogen. Docenten die geen rekening houden met de geboortemaand zullen de best presterende kinderen (vaak de oudste kinderen) zien als het meest talentvol. Eén van de gevolgen is dat die kinderen meer uitdagende opdrachten krijgen en zich hierdoor beter ontwikkelen. En dat terwijl, net als in de sport, het maar de vraag is of de best presterende kinderen ook die kinderen zijn die de potentie hebben op latere leeftijd het beste te presteren.

 

Kortom, zowel in de sport en in het onderwijs is de maand waarin je geboren wordt van invloed op de kansen die je krijgt om jezelf te ontwikkelen. En dat zou niet moeten. Elk kind heeft misschien niet dezelfde mogelijkheden maar verdient wel dezelfde kansen. Wie meent de oplossing te hebben om het effect van de geboortemaand te verminderen roep ik op om een reactie geven op dit artikel. Het beste idee zullen we tijdens ons eerste talentsymposium op 4 juni aanstaande presenteren.

 

Sebastiaan Platvoet

Facebook
YouTube
Instagram